“HET BELANG VAN DE VERDACHTE OP ÉÉN”

Dat is de uitspraak van de kinderrechter te Breda, mevrouw mr. S. Tempel – de Jong waar het betreft rechtszaken over jongeren die een geweldsmisdrijf met dodelijk gevolg hebben gepleegd. Logisch dat deze uitspraak bij de (groot)ouders van de slachtoffers danig in het verkeerde keelgat schiet.

Mevrouw Tempel, u bent wellicht van een andere planeet, want inmiddels is de petitie “verhoog jeugdstraffen.petities.nl” in korte tijd al meer dan 62.000 keer ondertekend, een bewijs dat dit onderwerp leeft bij een breed publiek. En dat publiek wil dat u als magistraat een andere weg in slaat bij het straffen van deze jeugddelinquenten.

Het uitgangspunt bij het strafrecht is tweeledig. Ten eerste moet het kwaad worden gestraft c.q. vergolden en ten tweede moet de veroordeelde (als dat enigszins mogelijk is naar gedegen onderzoek) weer worden voorbereid op een terugkeer in de samenleving.

Maar u, in uw vermeende wijsheid is het strafrecht ingericht op het pedagogische idee dat minderjarigen niet alleen moeten worden gestraft. U stelt: “Je moet eraan werken en praten hoe het de volgende keer anders en beter moet. Ik zie vaak in zaken dat een jongere achteraf pas denkt: wat heb ik gedaan? Ze zijn impulsief, eerst doen dan nadenken. Het analyseren dat je van een volwassene verwacht, geldt voor een minderjarige niet.”.

Maar mevrouw Tempel, het is voor elk kind toch duidelijk dat het doden van anderen niet mag en kan. In de opvoeding van een kind wordt dat al decennia duidelijk gemaakt in sprookjesfilms.

De intentie van u als 40-jarige ‘ervaren’ kinderstrafrechter kan aan de ene kant goed zijn, maar voldoet aan de andere kant niet aan de vereisten van het wetboek van strafrecht waarbij de (jonge) burger een bepaalde bescherming wordt toegekend. De uitspraak valt daarom niet in goede aarde bij die ouders wiens kinderen bruut zijn vermoord.

Uit de onlangs in de publiciteit gekomen zaken valt op dat in ons land (te) laag wordt gestraft en dat de controle op diverse opgelegde maatregelen een farce blijkt te zijn.

Hierin ligt voor u en andere Nederlandse strafrechters de taak om over te gaan tot een mentaliteitsverandering, welke meer recht doet aan de werking van het Nederlands strafrecht. Laat de oren niet hangen naar de leeftijd of moeilijke jeugd van de verdachten c.q. plegers van misdrijven, maar doe recht aan het leed van de slachtoffers en diens nabestaanden.

Geef een reactie

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Deze gegevens worden NIET gepubliceerd.